IN DE KIJKER
RIES ROMMENS
Etten-Leur, 12 februari 2010.
Om te beginnen wil ik vertellen dat ik het een leuk idee vindt van Jan Robbeson om op deze manier meer te weten te komen over onze mede-clubgenoten.
Ik hoop dan ook dat er na mij meerdere leden komen met hun “levensloop” over hun duivenhobby.
Om te beginnen wil ik mijzelf even voorstellen, zover dit nog nodig is.
Ik ben Ries Rommens, 58 jaar, wonende op de Haansberg nr 62.
Ik woon daar met mijn vrouw Adrie en nog 1 thuiswonende zoon Arno.
Ik ben postduiven gaan houden in 1995, ondanks dat er in mijn gehele familie niemand is die iets heeft met de duivensport.
Ik ben door dit virus aangestoken door mijn kameraad Kees Hellemons.
Ik ken Kees al zo’n dikke 45 jaar, vanaf de tijd dat we beiden lid waren van de ponyclub Concordia Florebit.
Tot op heden zijn wij nog steeds dik bevriend met Kees en Bertha en gaan al zeker zo’n 25 jaar jaarlijks samen op vakantie.
Iedere zondag (toen nog zondaglossingen) ging ik bij Kees kijken wanneer zijn duiven thuis moesten komen. Op zo’n zondag zei Kees tegen mij ; “dat jij zelf geen duiven gaat houden, je hebt een grote tuin, dus plaats genoeg voor een duivenhok en ik weet een hok te staan dat je voor het afbreken gratis mag hebben en als je een hok hebt staan krijg je van mij duiven”.
Toendertijd had ik al een hele dierentuin: kippen, konijnen, eenden, parkieten enz.
Deze heb ik toen allemaal van de hand gedaan.
Samen met Kees zijn we toen desbetreffend hok gaan afbreken en hebben we deze naar de Haansberg getransporteerd.
Ik weet het nog als de dag van vandaag dat mijn vrouw vroeg : “Wat heb je nu toch allemaal op de oprit liggen” ? Dat wordt mijn toekomstig duivenhok vertelde ik haar, maar ze kon slecht geloven dat daar iets fatsoenlijks van gemaakt zou kunnen worden. Desondanks ben ik toch aan de slag gegaan met mijn buurman Frans van Steen met de wederopbouw van het hok.
Zodra het hok klaar was, heb ik van Kees duiven gekregen waar ik wat jongen uit kon gaan kweken. Intussen had ik ook al een Junior klok op de kop getikt bij iemand die stopte met de duivensport en mij aangemeld als lid bij P.V. de Eendracht. Vanaf 1996 ben ik gaan deelnemen aan de wedvluchten..
Het 1e jaar begon ik met zo’n 15 tal jonge duifjes en was ik zo trots als een pauw wanneer s’avonds alles weer thuis was. Nog trotser was ik toen ik voor de eerste keer bij de eerste 25 stond op de uitslaglijst.
Zodra de electronische klokken kwamen, heb ik ook een Atis systeem aangeschaft.
Kees Baremans heeft er toendertijd enorn veel tijd ingestoken voor de vereniging om wegwijs te worden in deze nieuwe systemen. Het was allemaal nieuw, chippen, inkorven, afslaan en de uitslag maken en nergens was er een deugelijke gebruiksaanwijzing te krijgen.. Al vrij vlug ben ik begonnen om Kees te assisteren bij de werkzaamheden van electronische klokken.
Tevens werd ik al snel tot inkorver gebombardeerd. Momenteel is het omgedraaid, trek ik een beetje de “electronische” kar samen met Kees Baremans, Bert van Ginneken en Koen van de Riet. Dit electronisch gebeuren kost nogal wat vrije tijd, zeker het chippen van de duiven. Ook moet je altijd aanwezig zijn bij het inkorven en het afslaan. Maar zonder vrijwilligers is onze vereniging ook geen lang bestaan zeker.
Wat de duiven zelf betreft, gaat mijn voorkeur uit naar de jonge-duiven vluchten.
Deze speel ik altijd gescheiden, wat mij erg goed bevalt.
Ik speel jaarlijks met zo’n 24 tot 28 weduwmannen en start met zo’n 50 tot 60 jongen.
Praktisch ieder jaar pak ik toch wel minstens 1 x een 1e prijs bij de jonge-duiven vluchten. In het begin van het seizoen gaat het nooit zo naar wens bij mij, maar gelukkig weet ik zelf heel goed hoe dit komt. Ik heb het in het voorjaar erg druk op mijn werk, dus te weinig tijd voor de duiven.
s’Morgens 05.30 uur de deur uit en s’avonds 07.00 / 08.00 uur pas thuis en wanneer je dan nog moet beginnen met het uitlaten en het verzorgen kun je ook geen topprestaties verwachten. Maar daar treur ik ook niet om, “zaken gaan voor vermaken” zeg ik altijd maar.
Ik ben dan ook een echte hobbyist / liefhebber, wanneer het geen beste vlucht is, jammer dan, volgende week hopelijk beter. Ik speel alleen voor de klasseringen, kampioenschappen doen mij niet zoveel.
Wat ik wel bijgesteld heb de laatste jaren is preventief kuren. Ik was altijd van mening dat je nooit moest kuren zolang er niets aan de hand was, maar daar ben ik op teruggekomen. Afgelopen jaar heel het jaar bijna achter de feiten aangelopen omdat ik er waarschijnlijk te gemakkelijk over gedacht heb om te kuren en dat heb je terug kunnen zien in mijn prestaties.
De meeste duiven komen via Kees Hellemons (A de Volder en Frans Rondags) verder heb ik wat nazaten van Leo Dekkers en afgelopen jaar zijn er wat late jongen van Rene van Poppel bij gekomen.
Op zaterdag komt meestal mijn buurman Frans van Steen kijken wanneer ze van de vlucht thuis gaan komen. Aan deze buurman heb ik trouwens toch een geweldige hulp. Ieder jaar wanneer wij op vakantie gaan neemt Frans de verzorging over en wanneer ik werken ben laat Frans s’morgens de jonge duivinnen uit.